Ik hou van situaties afronden, van dingen uitspreken en compleet maken. Er is voor mij weinig vervelender dan de dingen onafgerond laten. Een date die niets meer van zich laat horen, een vriendschap die doodbloedt of gewoon een sollicitatie waar je niets meer van hoort. Brr, als het even kan zorg ik ervoor dat ik dingen afsluit, met woorden. Die date die nogal tegenviel krijgt van me te horen dat we niet nogmaals gaan afspreken, met de vriendin spreek ik uit wat er aan de hand is en ik bel achter de sollicitatie aan. Zo, duidelijkheid, voor beide kanten.

Nu je weet hoe prettig ik het vind om dingen compleet te maken, kun je je vast ook voorstellen hoe vervelend ik dit scenario vind: “Sandra, ik kom binnenkort bij je langs! Als ik in de buurt ben hoor je van me. We gaan zeker afspreken!”

En dan dus… niks.

Ja.

De man en het open eind dus.

Waarom dit altijd mannen zijn, geen idee. Misschien doen vrouwen het ook wel hoor, maar maakt dat gewoon minder indruk op me. Bij vrouwen is het meer een tweezijdig ding, een “We moeten binnenkort echt koffie doen!” “Ja, doen we!”. Want bij al deze mannen (ja, allemaal, ik tel er meer dan 2 die dit in het afgelopen halfjaar tegen me hebben gezegd en van wie ik niks meer heb gehoord) was het zo dat ik geen voorstel deed om af te spreken. Het leek me leuk, dat zeker, maar in elk contact was het eigenlijk al “klaar”. De dingen gezegd, de avonturen beleefd, de tranen gedeeld. Hij ging zijn weg en ik de mijne. Als ik zou voorstellen of proberen af te spreken, zou dat geforceerd voelen, onnodig. Dus waarom riep hij het dan met zoveel enthousiasme? Was het beleefdheid? Of oprechte zin om mij weer te zien?

Nou doet dat er verder eigenlijk weinig toe, want geen boodschap is óók een boodschap. Blijkbaar voelde ik al goed aan dat het klaar was. Ergens besloot ik in mezelf al bij zijn enthousiaste uitroep dat het waarschijnlijk toch niet zou gaan gebeuren en dat ik dat niet erg zou vinden. “Als ik hem weer zie, leuk, maar zo niet, ook goed.” Dat zei ik dan tegen mezelf. Maar ondertussen, toch een soort hoop, toch een leuk vooruitzicht, en dus toch een teleurstelling. En no way dat ik weer contact met hem zoek, echt niet.

Goed, het is frustrerend en ik heb weer allerlei ingangen voor zelfonderzoek. Waarom ik dit als patroon herken, waarom ik zo besluit dat ik het niet erg zou vinden als ik niks meer van hem hoor en waarom het me dan toch zoveel doet. En natuurlijk waarom ik dit zó frustrerend vind dat ik er zelfs een heel stukje over moet schrijven. Ik kan er allerlei hechtingstheorieën op loslaten en heel Jan Geurtz z’n werk doorspitten, maar eigenlijk heb ik daar helemaal geen zin in. Niet alles hoeft altijd helemaal doorgrond en onderzocht te worden.

Het is gewoon klaar met de man met een open eind. Nu is het tijd voor de man en een open begin 🙂