Maar wat dan wel?

Blog van Sandra Hoving

Stoppen met vechten tegen vetjes

Het is niet moeilijk om een inspirerend stuk te schrijven over houden van je lichaam als je net wat bent afgevallen of druk bezig bent met extra gezond eten en extra veel sporten. Niets ten nadele van alle inspirerende teksten die ik daarover gelezen heb hoor, want ze zijn allemaal oh-zo waar. Het gaat namelijk niet om je hoeveelheid vet of de grootte van je spieren, het gaat om hoe je in je lijf zit. De vraag is nu: lukt het ook nog om hier iets fijns over te schrijven als je hoeveelheid vet de laatste tijd nogal is toegenomen? Ik neem de proef op de som.

Als je mij langer dan een jaar kent en me van dichtbij hebt meegemaakt, dan kan het bijna niet anders dan dat je het gemerkt hebt. Ja, ik ben nogal wat aangekomen. Hoeveel precies, dat weet ik niet, want ik heb al een paar maanden niet meer op de weegschaal gestaan. Toch durf ik in alle openheid te gokken (iehhh, eng): ongeveer 10 kilo. En geloof me, dat was niet de bedoeling.

 

Gejojo

Ik ben altijd al veel bezig geweest met de omvang van mijn billen en benen en sinds mijn 18e heb ik al een “streefgewicht”. Af en toe probeerde ik te diëten, maar meestal had ik daar niet de wilskracht voor. Soms lukte het wel en als ik dan wat was afgevallen voelde ik enorme euforie. Toch was ik dan vaak binnen een paar maanden terug bij af. Bedenk hierbij even dat ik steeds zo’n 5 kilo heen en weer jojoode. Niet veel, maar voor mij toch significant.

Ongeveer 2 jaar geleden was ik het weer eens zat. Ik ging aan de bak. Nu in de sportschool. De fitgirls werden ineens hip en ik haalde mijn inspiratie van instagramaccounts en healthbloggers. Ik ging als een trein en de kilo’s vlogen van m’n lijf. Mijn sportschoolroutine zat zo ingebakken dat ik nooit een van de vier trainingen in de week kon overslaan, ookal voelde ik me nog zo belabberd. Ik stond er, want ik vond het leuk (dacht ik). Ik vocht en ik won, want ik merkte verschil. Op de weegschaal, in m’n kleding, in m’n omvang en in de kracht in m’n armen. Op een gegeven moment zat ik een kilo onder mijn streefgewicht, yeahh! Toch was ik nog lang niet tevreden.

Als je nu denkt dat ik een jaar geleden wel graatmager geweest moet zijn, dan hoera voor jou! Maar laten we even kijken naar deze surfbeauty.

Lichaam

Dat is dus een foto van juli 2015. Niks engs aan dacht ik. Dikke prima, denk ik nu.

En een foto van dit jaar? Ha, nee, ik heb er dit jaar wel voor gezorgd dat ik nergens halfnaakt op een foto verscheen. De enige keer dat het toch gebeurde voelde ik me zo goed dat het me even niks kon schelen dat ik werd vastgelegd en wonderlijk genoeg heeft die foto zo goed uitgepakt dat mijn vetjes niet te zien zijn. Of was het geen toeval en had de fotograaf het precies zo gemikt? (Anyway, bedankt;-))

 

Neerwaartse spiraal

Goed, waar is het “mis” gegaan? Eigenlijk vlak na mijn surfvakantie in Frankrijk. Ik had een enorme emotionele breakdown die mijn hele gezond-eten-en-vet-veel-trainen-routine wegblies. Ik kon het niet meer opbrengen en ik gaf toe aan alle vreetbuien en bankhangverlangens. Een keer in de week móest ik mezelf wel naar de sportschool slepen, vond ik, maar lol had ik er helemaal niet meer in. Het was bijna een straf. Ik ging achteruit en dat was te zien. De sportschool was voor mij alleen maar een plek waar ik herinnerd werd aan mijn falen. Zelfs de trainer schrok toen ik het toch aandurfde om even mijn vetpercentage te laten opmeten. “Hoe kun je zoveel zijn aangekomen?” Bah, ik liet het er steeds vaker bij zitten en baalde van mezelf. Vervolgens begon ik toch weer met een nieuw schema, waar ik me dan maximaal een week aan hield. Nog meer balen van mezelf, nog meer ongezond eten, nog minder sporten…

Dit jaar startte mijn “beste jaar ooit”! Tijdens de eerste dag van het jaarprogramma van 365 dagen succesvol moesten we opschrijven waar we op 31 december 2016 wilden zijn op het gebied van gezondheid, relaties, werk en geld. Bij gezondheid schreef ik op: “Afgetraind, superstrak.” Ja, ik wist wel dat het ging om hoe ik me voelde in mijn lichaam, maarja, als we dan toch álles mochten verlangen, dan wilde ik dat. Direct ging ik weer aan de bak met sporten, en binnen een week was ik er weer klaar mee. Bah, wat een gevecht. Steeds meer werd me duidelijk dat vechten met mezelf (en dus tegen m’n lichaam) absoluut niet de oplossing was. Een jaar geleden was ik nog hysterisch gelukkig met mijn krachttrainingen en de vooruitgang die ik boekte. Waarom voelde dat toen dan niet als vechten tegen m’n lichaam? Nou, ik maakte mezelf wijs dat ik gezond bezig was, want ik voelde me goed, want ik won. Ik had alleen niet door dat mijn drive om slanker en gespierder te worden vanuit diepe zelfafwijzing kwam.

 

Complex

Dit begon denk ik toen ik een jaar of 16 was. Ik had al een paar jaar een borsten-complex. Ze wilden maar niet groeien, het bleven erwtjes. Ik dacht dat ik daardoor niet begeerlijk of sexy was en bad dat er nog wat bij zou komen. Alsof dat nog niet erg genoeg was, zag ik mezelf op een dag voor het eerst van achter op een video. Jeetje! Wat een billen! Wat een heupen! Wat een lovehandles! Ik schrok me kapot en zag steeds dat horrorbeeld voor me. Dan was ik al niet begeerlijk vanwege mijn microcup, had ik ook nog eens een enorme kont die me flink uit verhouding sloeg! Hallo complex nummer 2.

Nou was ik niet naïef, ik wist van eetstoornissen, van verknipte lichaamsbeelden en van sportobsessies, dus ik maakte mezelf wijs dat er niks aan de hand was. Ook wist ik, als ik realistisch keek, dat ik echt niet te veel vet had. Ik was nou eenmaal gewoon een peer. Toch baalde ik elke keer als ik in de spiegel keek. Maarja, ik wist wel beter dus ik dacht besloten te hebben mijn lichaam ok te vinden.

Blijkbaar vonden jongens mijn lichaam ook wel redelijk ok, want over het algemeen kreeg ik wel wat aandacht. Ik had ook weleens een vriendje en zo’n vriendje gaf dan soms zelfs een compliment over m’n lichaam. Die geloofde ik vervolgens nooit. Dat zeiden ze alleen om me tevreden te houden, om van me te krijgen wat ze wilden, dacht ik stiekem. Ik dacht dat ik met mijn persoonlijkheid moest compenseren waarin ik met mijn lichaam tekort schoot. En dat lukte natuurlijk nooit.

Mijn slankheidswaan die twee jaar geleden begon sloot hier direct op aan. Ik was vrijgezel, vers afgewezen en wilde gewoon weer aantrekkelijk gevonden worden. Dat zou alleen kunnen als ik afgetraind was, en superstrak. Ja, ik wist natuurlijk wel beter. Ten eerste verschillen smaken enorm en ten tweede gaat het niet om de hoeveelheid vet, maar om hoe ik me voel in mijn lijf. Mijn logica: als ik superslank ben voel ik me happy in mijn lichaam en word ik daardoor aantrekkelijk gevonden. Ik gruwde van al mijn teveel aan vet, wilde het zo snel mogelijk weg hebben en ging keihard aan de bak. Ik ging ervoor, zag snel resultaat, werd steeds enthousiaster en dacht steeds meer van mijn lichaam te houden. Ja, dat was dus voorwaardelijk.

 

Stoppen met vechten

Dit voorjaar heb ik besloten te stoppen met vechten. Ik weet niet hoe het precies kwam en wanneer het precies gebeurde, maar ergens ging de knop om. Ik wilde wel ooit weer slanker worden, maar dan alleen uit zelfliefde, niet meer uit zelfafwijzing. Hoe ik daar zou gaan komen wist ik nog niet, maar ik wist wel dat het mogelijk zou zijn. Stap 1 was dus: zelfliefde. Ik heb de sportschool opgezegd en ben gestopt beweging te zien als verplichting of noodzakelijk kwaad. Ik beweeg als mijn lijf daar zin in heeft en ik doe dat alleen op de manier waar ik blij van word. In de praktijk betekent dit dat ik flink wat wandelingen maak met Bob, een paar keer in de week mijn skates aantrek en fijn asfalt opzoek en heel regelmatig gekke dansjes doe in mijn woonkamer. Heerlijk!

Ik denk nu dit: als ik het leven leid waar ik gelukkig van word, heeft mijn lichaam als vanzelf de vorm die het beste bij mij past. Of dit in de praktijk zo werkt ontdek ik vanzelf, maar hierop vertrouwen geeft mij heel veel rust. Ik ben namelijk niet gemaakt voor veel bankhangen of grote hoeveelheden eten naar binnen te werken. Ik ben gemaakt om actief te zijn, om te dansen, heel veel te dansen en om mijn lichaam te voeden met waar het in het moment behoefte aan heeft.

Ik ben gemaakt om in vrede te leven met mijn lichaam, om ervan te houden, welke vorm het ook heeft. Vechten doe ik niet meer.

« »

© 2017 Maar wat dan wel?. Thema door Anders Norén.

%d bloggers liken dit: