Maar wat dan wel?

Blog van Sandra Hoving

Dit vind ik het aller-aller-allerengst

Ik ga iets met je delen. Iets wat ik ontzettend eng vind. Het allerengst wat ik nu kan bedenken zelfs. Maar ik doe het toch.

Als je mijn laatste vlog hebt gezien weet je dat ik nu weet wat mijn passie is en wat ik wél wil. Of nouja, nog niet helemaal, maar ik weet waar m’n vuurtje zit, ik weet wat voor mij nooit zou voelen als werken, waarin ik bereid ben voor lul te staan, waarin ik ook zou willen doorzetten als het even verschrikkelijk is en waarvan ik eindeloos veel spijt zou hebben als ik het niet zou doen. Het is een richting, nog geen helder beeld, maar ik weet in ieder geval welke kant ik op moet.

Ja, moet. Want hoe verschrikkelijk zou het wel niet zijn als ik het nu niet doe? Nu ik de kans heb om van 2016 mijn beste jaar ever (tot nu toe) te maken, nu er hulp is zodra ik roep en nu ik al zo ver ben gekomen. Hoe triest zou het zijn als ik nu mijn dromen niet verder onderzoek en ze niet gewoon najaag? Hoeveel spijt zou ik dan hebben? Ja, ik moet wel.

Maar nou komt het ergste. Er is weinig wat ik enger vind dan juist die richting. Ik durf zelfs niet eens tegen mijn beste vrienden te zeggen wat die richting is. Ik doe het wel, want ik weet dat ik wel moet en tegelijkertijd wordt het echt terwijl ik het zeg. Dan moet ik het dus nog harder en dan is het níet doen nog een grotere afgang.

En waarom is het zo eng? Ik ben er niet zo goed in, denk ik. Ik heb bestwel een poosje gedacht dat ik richting coaching wilde. Mijn grote inlevingsvermogen en mijn wijsheden (en mijn ervaring in het onderwijs) zorgen ervoor dat ik mensen bestwel op weg kan helpen en ik wilde mijn kwaliteiten in die richting wel graag vergroten en uitbreiden. Het leek me fijn en betekenisvol om mensen op die manier te kunnen helpen. Tegelijkertijd voelde ik ook dat een leven als coach mij eigenlijk niet leuk genoeg leek. En toen ik dit filmpje zag snapte ik waarom. Lesgeven en coachen, dat zijn inderdaad de dingen waar mijn talenten liggen, maar ik word er niet perse gelukkig van. Maar dat waar ik wel gelukkig van denk te worden, ja, daar heb ik niet zoveel talent in. Ik kan het wel een beetje, maar ik heb vrij regelmatig gehoord dat ik gewoon “niet zo goed” ben.

Als kind wist ik al dat ik het wilde. Ok, ik wilde natuurlijk vanalles worden als kind, maar één ding kwam altijd terug en schreef ik in alle vriendenboekjes bij “wat ik later worden wil”. Er was iets waar ik al op superjonge leeftijd bij vooraan stond. Ik was bestwel een stil en introvert meisje, maar ik was niet bang om mezelf daarin te laten zien. Dat was mijn ding, altijd en overal. Maar op den duur werd ik toch ouder en kwamen er ook beoordelingsmomenten bij kijken. Ik kreeg voor het eerst te horen dat ik er niet in uitblonk. Ik kreeg een zesje en daar moest ik het mee doen. Toch ging ik verder, probeerde ik toegelaten te worden op een opleiding, maar ik werd tot vier keer toe afgewezen. Ik was niet goed genoeg, het commentaar was dat ik te veel in mijn hoofd zat. Goed, dat legde ik naast me neer, ik besloot dat het maar beter was dat ik niet aangenomen werd en ik keek verder. In de opleidingen die ik daarna deed had ik er wel wat mee te maken, dat was fijn! Toch ergens kon ik nog met dat vuurtje in aanraking komen, maar weer was ik er niet zo goed in. Ook in mijn werk op de camping kon ik ermee bezig zijn, maar de twijfel over mijn kwaliteiten overstemde mijn blije gevoel toch veel te vaak. En nu? Geen opleiding meer waarin ik kan leren, geen recreatiewerk meer waarin ik me kan uitleven… Geen wonder dat ik me al een poosje zo onvoldaan voel.

Weet je al wat het is? Hoe heb ik dit zo lang niet kunnen zien?

Ik moet acteren! Dat is het! Of theater maken, of allebei, maar dat is in ieder geval mijn wereld! Daar ben ik voor geboren!

En toen ik dat besefte vielen alle puzzelstukjes dus op hun plek.

Dat ik in groep twee perse de mannelijke hoofdrol wilde spelen in de musical die we deden, dat ik op de jeugdtheaterschool ook vooraan stond toen de rollen werden uitgedeeld en ik vervolgens de hoofdrol mocht spelen ook! Dat ik me in de brugklas als superjonge brugpieper gewoon in m’n eentje inschreef voor de audities van Romeo en Julia en dat ik zo blij was dat ik knecht 1 mocht spelen. Dat ik in de zomer naar een theaterkamp ging, dat ik niet 1 keer, maar 4 keer auditie deed voor de opleiding voor docent drama (ik durfde een auditie voor de toneelschool inmiddels al niet meer aan), dat ik vervolgens toch maar theaterwetenschappen ging studeren. Dat de handlezeres tegen me zei dat mijn toekomst in het theater lag, dat ik zo blij was dat we op de lerarenopleiding ook dramavakken hadden. Dat het halfjaar waarin ik de minor drama deed de beste tijd van mijn hele studieperiode was. Dat toen ik overspannen raakte ik een coach toegewezen kreeg die zelf trainingsactrice is en heeft lesgegeven op de opleiding voor docent drama. Dat ik tijdens een seminar van 365 dagen succesvol moest opschrijven waar ik jaloers op was en ik kwam met “acteurs en mensen die op het podium staan.” Dat ik vervolgens als jaarthema voor 2016 “Take the stage” koos.

En dat is nog maar een klein deel van alle puzzelstukjes.

Toen ik in 2013 mijn diploma van de lerarenopleiding had gehaald, ging ik een keer eten met musicalvriend Stephan om het te vieren. Hij was best blij voor me, maar vroeg me waarom ik niet alsnog docent drama of iets anders in die richting ging doen. Ik had dat allang uit mijn hoofd gezet, dus ik zei dat ik dat niet wilde. Het leek alsof hij me zag als gefaalde actrice en dat hij daardoor medelijden met me had. Dat deed me pijn, ik wilde gewoon dat hij blij voor me was dat ik lerares Nederlands was geworden!
Sorry Stephan, je had gelijk, je had gelijk.

Stap 1 heb ik nu gezet, ik heb het gedeeld. Nu moet ik er ook nog actief iets mee gaan doen. Vrij recent is mij verteld dat het handig is om je niet af te vragen hoe je iets moet doen, maar om te kijken wie het al eens eerder heeft gedaan en je er meer over kan vertellen. Contact zoeken dus, met mensen, en dan vragen stellen, en toegeven dat ik naar iets verlang waar ik nu niets mee doe, waarvan ik dénk dat ik er niet zo goed in ben. Waaaah, zó eng!

Nou heb ik laatst ook geleerd dat het soms helpt om dingen anders te formuleren. Ik móet niet die richting op, maar ik wíl het, met heel mijn hart (en een beetje twijfel uit m’n hoofd). En ik vind het niet eng, maar spannend.

Oeh, wat spannend! Wat ga ik spannende dingen doen dit jaar! Omdat ik ze zo graag wil!

« »

© 2018 Maar wat dan wel?. Thema door Anders Norén.

%d bloggers liken dit: