Maar wat dan wel?

Blog van Sandra Hoving

Je zit in m’n aura

Vroeger had ik een vriend die een beetje moeite had met het inschatten van ruimte. Als we naast elkaar op de stoep liepen en ik liep recht op een lantaarnpaal af omdat er aan mijn kant van de stoep verder geen ruimte was, dan kon hij niet bedenken dat het handig zou zijn om een stukje uit te wijken zodat we naast elkaar konden blijven lopen. Het gevolg was dus dat ik elke twintig passen even achter hem en vervolgens weer naast hem liep. Een gesprek hierover leverde niets op, want ja, hij had gewoon moeite met het inschatten van ruimte. Achteraf gezien was hij eigenlijk niet degene die ergens moeite mee had, want hij had er geen last van. Hij had het helemaal niet erg gevonden als ik hem (subtiel) aan de kant had geduwd om ruimte voor mezelf te maken.

Ik ben eigenlijk degene die al jarenlang een beetje moeite heeft met ruimte. Op allerlei verschillende manieren. Natuurlijk krijgt iedereen de kriebels als z’n leraar Engels steeds net iets te dichtbij komt staan of als iemand in de trein vlakbij komt zitten terwijl er nog zat ruimte over is, maar ik lijk er wel éxtra gevoelig voor te zijn. Ook mensen die ik ken, die ik aardig vind en soms zelfs lief, ook zij komen regelmatig te veel in mijn personal space. Vaak is dit voor anderen een hele normale en prettige afstand, dus blijkbaar is mijn personal space nogal huge. Heel ingewikkeld vind ik dat, want hoe zeg je tegen iemand die je lief vindt dat je je niet prettig bij hem of haar voelt op zo’n kleine afstand, terwijl anderen er geen last van zouden hebben?

Een flink aantal jaartjes geleden was er weer eens een moment aangebroken dat ik met dit vraagstuk kwam te zitten. Ik zat met mijn vader en zus in de auto en mijn liefste zus had haar been op een of andere manier in mijn richting gelegd waardoor haar tenen boven mijn knie zweefden. Ja, sorry, dat is boven mijn stoel, dat is mijn personal space. Ik had er last van, maar ik vond toen dat ik er geen last van mocht hebben (ik had nog nooit van mindfulness gehoord 😉 ) dus ik hield me in. De last werd groter, de frustratie borrelde in mij op en ik flapte er ineens uit: “Haal je voet eens weg, je zit in m’n aura!”
Je kunt je voorstellen dat dit nogal wat gein en plagerijtjes opleverde later… (“Mag ik hier wel zitten, zit ik dan niet in je aura?”) Maar eigenlijk was het best een effectieve en duidelijke uitspraak. Want dat is hoe het voelt! Ik kan nog zo proberen m’n aandacht op iets anders te richten, als iemand in mijn aura zit dan voel ik dat.

Nu blijkt ineens dat ik niet de enige ben die dit zo noemt. Misschien was ik niet eens de eerste, maar heb ik het onbewust ergens opgepikt. Linda de Mol zegt het in ieder geval ook… Misschien heeft zij t wel van mij! (Als je me niet gelooft, er is een filmpje van. Zoek maar op “een zaal vol jeukende kruizen”. Echtwaar!!)

Goed, dus ik ben niet de enige. Gelukkig ben ik ook niet onbegrepen, want ik heb een paar helden in m’n omgeving die het misschien zelf niet hebben, maar mijn rariteiten wel helemaal accepteren. Eentje zorgt extra goed voor me als we samen door drukke mensenmassa’s lopen (je bent awesome) en een ander gaat gewoon expres lekker dichtbij zitten om me een stevige knuffel te geven (jij bent ook awesome)!

Dat persoonlijke ruimte een beetje een dingetje is voor mij, betekent natuurlijk niet dat iedereen nu rekening met me moet houden. Ik ben ondertussen wat ouder en wijzer, dus als je in m’n aura zit, dan hoor je het vanzelf. En als je me op de stoep geen ruimte geeft om langs de lantaarnpaal te kunnen lopen, dan duw ik je zonder problemen aan de kant. 🙂

« »

© 2017 Maar wat dan wel?. Thema door Anders Norén.

%d bloggers liken dit: